18
toep

4tien


HOE WIJ HET DOEN

Wij bluffen alles bij elkaar. Wij kijken niet eens naar onze kaarten alvorens een mep op de bar te geven. Wij zijn dit spelletje al snel zat. Dan kijken we elkaar aan, gemoedelijk knikkend, en gaan we lekker hartenjagen of mexen. Of afgooiertje doen, een pijltje kwakken. En wellicht ten overvloede: wij fluiten niet, dat kunnen we niet, en hangen evenmin onze witte of vuile was buiten.

Net als bij hartenjagen en mexen kent toepen geen uitgesproken winnaars, maar slechts één grote verliezer, ook wel DE of HET LUL genoemd. Deze is verplicht een rondje te geven en te betalen (of tijdelijk op zijn rekening te laten zetten).

alleen voor simpele zielen?

Toepen is een kaartspel dat gespeeld wordt met 32 kaarten. De kaartvolgorde van hoog naar laag is: tien - negen - acht - zeven - aas - heer - vrouw - boer. Over het algemeen wordt toepen gespeeld met vier spelers – het kan echter met twee tot acht spelers. Elke speler krijgt vier kaarten, waardoor er 8 (twee spelers) tot 32 (8 spelers) kaarten in het spel zijn. Het spel wordt gespeeld in een aantal rondes. Wie de vierde slag haalt, dat wil zeggen bij het uitspelen van de laatste kaart de winnende kaart heeft, is winnaar van de ronde.

Bij toepen draait het om strafpunten. Een van de spelers houdt de stand op een papiertje bij. Degene die het eerst op 15 punten is beland is het lul en heeft verloren. Hij of zij moet een rondje bestellen voor zichzelf en zijn of haar medespelers. Komt iemand op 14 punten, dan staat hij op pelt, aanpakken of armoede. Dan moeten de overige spelers stuk voor stuk beslissen of ze die armoedzaaier pakken of niet, op straffe van 1 of 2 punten bij verlies.

De speler links vande deler moet de eerste kaart opgooien. De andere spelers moeten een voor een kleur bekennen. Kan een speler niet bekennen, dan mag hij zelf weten welke kaart hij opgooit. De speler die én kleur heeft bekend én de hoogste kaart heeft gespeeld wint de slag en mag uitkomen voor de volgende ronde. De speler die de laatste slag wint krijgt geen punten en moet uitdelen voor het volgende spel. De rest krijgt een of meer punten, al naar gelang het aantal keren dat er getoept (of op de bar geklopt) is. Je toept als je verwacht de laatste slag (en daarmee de ronde) te winnen. Degenen die niet meegaan doen niet meer mee met het spel en krijgen 1 punt. Zij die wél meegaan lopen het risico 2, of (bij overtoepen) meerdere punten te krijgen.

Degene met het meeste aantal punten heeft de mogelijkheid blind te toepen, en moet dit aangeven voordat wie dan ook zijn kaarten heeft gezien. Als de blinde toeper bijvoorbeeld op 10 punten staat mag hij maximaal 6 blind spelen (één punt boven zijn macht). De medespelers mogen hun kaarten inzien alvorens al dan niet mee te gaan, of blind meegaan. Wint de blindspeler dan krijgen degenen die zijn meegegaan 7 punten (in dit voorbeeld). Is er iemand blind meegegaan dan krijgt deze 6 punten. Echter verliest de blindganger, dan heeft hij verloren en moet bestellen.

voor de kleintjes